De type-instellingen konden niet worden vernieuwd. Laad de pagina opnieuw om het nog eens te proberen.
Typoefening: "Klimop" Suzanna Maria Andriessen
De regels voor het berekenen van de nauwkeurigheid zijn gewijzigd. Deze oefening begint opnieuw vanaf het begin.
Het opslaan van je voltooide sessie kon niet worden bevestigd. Probeer opnieuw op te slaan zonder de tekst opnieuw te typen.
Typoefening: "Klimop" Suzanna Maria Andriessen
Hoe vroeg de meeste meisjes en jongens, die mee zouden gaan, opgestaan waren, zou ik niet kunnen zeggen, maar tot groot verdriet hunner ouders was 't op een onbetamelijk uur. In al de woningen, waaruit jeugdige Frankendalers mee zouden gaan, was 't geducht rumoerig; de meisjes en jongens liepen de huizen in en uit, en 't was slechts de vreselijke bedreiging dat zij nog ten laatste thuis zouden moeten blijven, die hen kon overhalen om een stukje brood te gebruiken. De meesten smeekten of zij een enkel glas melk mochten hebben, omdat dat gemakkelijker naar binnen ging, doosjes en mandjes werden meegenomen - kortom 't was alsof er een opstand in het dorp was.
Ook Nanni was op en stond gekleed en wel op haar slaapkamertje tussen de franjes der gordijnen door naar buiten te kijken, want zij wist dat de stoet voorbij moest komen, en kon toch niet nalaten het droevige genot te smaken haar makkertjes na te kijken. Zij zorgde er echter wel voor dat zij niet van buitenaf gezien kon worden, want haar hartje zat veel te hoog dan dat zij zich zou willen laten beklagen, en zij begreep dat Rosa, Mina, Cato en nog wel anderen medelijden met haar zouden hebben.
Maar, zult gij vragen, hoe hadden de tantes het wel opgenomen, toen zij thuis kwam met de boodschap dat zij niet mee mocht gaan? Ja, wat zal ik u daarvan zeggen! 't Spijt mij wel, maar 't moet er uit: Nanni had er niets van verteld! Zij was van plan den gehelen dag maar uit te blijven en 's avonds naar huis te gaan, als de trein was aangekomen waarmee de anderen terugkwamen! In haar onnozelheid meende zij dat de tantes er dan niets van zouden bemerken, en zij dus de berisping en de straf ontliep die zij anders bepaald zou krijgen. Zij was al heel vroeg de deur uitgegaan, schijnbaar om zich naar 't schoolgebouw te begeven, maar spoedig daarna de achterdeur binnengekomen en weer stilletjes naar haar kamertje gelopen. De tantes lagen nog lekker in bed.
Hoor!! Wat was dat? O ja, daar kwamen ze aan! Hoe vrolijk zag Rosa er uit, en wat stond dat blauwe hoedje lief op haar blonde haren; Mina en Cato liepen gearmd naast haar, en zorgden er voor dat zij Ko niet uit het oog verloren, die een grote tas over zijn schouder had hangen, zeker gevuld met het lekkers waarover Mina gisteravond had gesproken! Wat was die Ko toch een dikke jongen, 't leek wel of hij nu al niet meer voort kon! Neen, dan was Gus veel aardiger; hij kon wel erg plagen, en Nanni hield eigenlijk niet van hem, maar hij was soms zo erg grappig dat iedereen om hem lachen moest.
Ja, daar gingen ze, nog een stuk of tien andere jongens en meisjes, alles even jolig en levendig en achteraan mijnheer Ebels, en - meester Struis! O, die meester Struis, was die er gisteren niet geweest, dan.... Och, dan had zij zeker wel wat anders gedaan, waarvoor zij straf had gekregen, dacht onze arme Nanni.
Een paar van de jongens die het laatste liepen hadden de tong uitgestoken en een langen neus getrokken, toen zij voorbij Nanni's woning kwamen. Zij had het wel gezien, maar wat die flauwerds deden kon haar niets schelen, want zij zouden het niet wagen, als zij haar zagen! Neen, ze waren bang voor haar, want ze kon het best tegen hen opnemen, als 't er op aan kwam! Niet erg jongejuffrouwachtig, niet waar? Maar dat komt ervan, als men zo weinig bemind en zo'n baasje is!
Toen zij goed en wel uit het oog verdwenen waren nam Nanni haar kans waar en sloop op haar tenen de trappen af, haastig de gang en de achterdeur uit, en daar stond zij buiten juist toen Trijntje, de meid der tantes, de keukendeur opende om de kachel aan te gaan maken. Nanni haastte zich door den tuin, het hek uit, en weldra was zij, den tegenovergestelden kant die haar vriendinnetjes gegaan waren, het dorp uitgelopen. Zij snelde het bos in en hield niet op, voordat zij haar lievelingsplekje onder den groten boom bereikt had.
Daar viel zij op het zachte mos neder en bleef een poosje voor zich uit zitten staren. Niet, dat zij iets zag van hetgeen haar omringde, o neen, haar gedachten waren bij haar schoolmakkers; zij meende dat zij nu al weggereden zouden wezen, en onwillekeurig kwamen de waterlanders voor den dag. Langzamerhand bedaarde zij echter, en begon zij eens te bedenken wat zij doen zou. Daar blijven dat ging ook niet, want zij wilde niet dat iemand haar zou zien. Zij stond dus op en liep dieper het bos in, totdat zij op een afgelegen plek kwam, waar bijna nooit de bewoners van Frankendaal kwamen. Daar ging zij op een omgewaaiden boom zitten en haalde een boek uit den zak, dat zij opensloeg en waarin zij aanstonds begon te lezen. 't Was een boek vol mooie sprookjes dat zij op haar laatsten verjaardag had gekregen, en dat haar altijd opnieuw aantrok en boeide.
Zij was niet voornemens naar vrouw Berens te gaan, want dan zou zij moeten vertellen, dat zij haar tantes in den waan had gelaten dat zij mee naar Amsterdam ging, en zij wist niet recht waarom, maar zij begreep dat baker dat niet goed zou vinden; - kortom, zij zou het maar eens proberen het dien dag zonder eten te doen en in het bos te blijven ronddwalen.
Maar nu wil ik u toch in gedachten eens laten meegaan met het vrolijke troepje dat feest ging vieren! We moeten ons wel haasten, want ze zijn ons een heel eind vooruit, maar gelukkig halen we hen juist in nu zij uit de Tram stappen die te Amsterdam naar de Plantage rijdt, - en in die Plantage is de dierentuin.