De type-instellingen konden niet worden vernieuwd. Laad de pagina opnieuw om het nog eens te proberen.
Typoefening: "Lotgevallen van een jeugdigen natuuronderzoeker" Lucien Biart
De regels voor het berekenen van de nauwkeurigheid zijn gewijzigd. Deze oefening begint opnieuw vanaf het begin.
Het opslaan van je voltooide sessie kon niet worden bevestigd. Probeer opnieuw op te slaan zonder de tekst opnieuw te typen.
Typoefening: "Lotgevallen van een jeugdigen natuuronderzoeker" Lucien Biart
Wij trokken midden door jonge eiken; want de zijde van den berg, sedert langen tijd door de Indianen tot hun voordeel aangewend, had allengs al haar grote bomen zien verdwijnen. Het steile, ruige en rotsachtige pad scheen soms elke beklimming onmogelijk te maken; niettegenstaande de berekende langzaamheid onzer schreden, moesten wij dikwijls blijven stilstaan om adem te scheppen. Lucien volgde ons met een ijver, dien ik dikwijls verplicht was te temperen. Het verwonderde hem dat hij geen enkel levend wezen zag, zelfs geen enkele van die fraaie goudvliegen, die in Mexico om alle struiken gonzen. Maar de wind blies uit het Noorden, de zon bleef achter de wolken verborgen en de insecten bleven, evenals de vogels, in hunne schuilplaatsen verscholen. Naar gelang wij meer voorwaarts gingen, dwong het steile pad ons, om ons aan de struiken vast te klampen. De Encuerado, door het gewicht van zijne vracht bemoeilijkt, hielp zich met zijn handen en kon nauwelijks zijn evenwicht bewaren.
Weldra kon hij niet meer vooruit komen. Gelukkigerwijze hadden wij klimpartijen als deze voorzien. Ik vertrouwde den knaap aan Sumichrast toe, want op deze helling aan zich zelven overgelaten, zou hij kunnen vallen en zich ernstig aan een wortelstronk of een rotshoek bezeren.
Ik drong in het kreupelhout en met mijn machete kapte ik een tak van middelmatige dikte af, waarvan ik een der uiteinden in een punt afsneed. Ik ontrolde toen een van die lange riemen, van een meter of tien lengte en die men lazo noemt; ik bevestigde die aan mijn stok, welken ik stevig in den grond stak. Met behulp van deze riem, die hem als trapleuning diende, wist hij zich naar boven op te hijsen. Tot tienmaal toe moesten wij dit moeilijke werk herhalen. De weg, in plaats van beter te worden, werd steeds onbegaanbaarder. Wij wisselden van rollen, ik nam de mars op den rug, terwijl de Indiaan, van vermoeidheid uitgeput, den riem vastmaakte. Ik was juist aan mijne derde opklimming bezig, toen Sumichrast, die ons vooruit was gegaan om het terrein te verkennen, boven ons te voorschijn kwam. Toen hij mij zo zag struikelen, en op de zij, op den neus, op de knieën zag vallen, om een stap vooruit te komen, barstte mijn reisgezel in een luiden lach uit. Ik had tijd noch lust om hem na te volgen en zijne ontijdige vrolijkheid maakte mij een weinig kregelig. Eindelijk kreeg ik de paal beet, uitgeput, geradbraakt, op 't punt om alle reizen naar den drommel te wensen. Sumichrast deelde ons mede, dat wij nog slechts een honderdtal meters hadden af te leggen en nam de mand op den rug. Op mijne beurt toeschouwer geworden, vergaf ik spoedig zijn aanval van vrolijkheid. Niets toch was potsierlijker dan de wringingen, die hij deed, om het evenwicht te bewaren. De Encuerado alleen bleef ernstig. Wat Lucien betreft, deze bootste in zekeren zin de inspanning van Sumichrast na en scheen er klaarblijkelijk onder te lijden.