Statistieken van vandaag

Voltooide oefeningen
-
Getypte tekens Getypte woorden
-
Oefentijd
-

Algemene statistieken

Voltooide oefeningen
-
Getypte tekens Getypte woorden
-
Oefentijd
-

Typoefening: "Kort verhaal van eene aanmerkelijke luchtreis en nieuwe planeetontdekking" Willem Bilderdijk

Ik heb in mijn jeugd de legers gevolgd, en dit in verschillende en zeer onderscheiden standen. Noodlottigheden van velerlei soort hadden mij na duizenden slingeringen arm en nooddruftig in Perzië gevoerd, van waar ik mij voorgesteld had met een karavaan naar Bagdad te trekken, om van daar in Europa te keren. Ik meld den Lezer niet, wat mijn vaderland zij. Dit kan hem even zo onverschillig zijn als de naam dien ik of eenmaal gevoerd heb of sedert heb aangenomen. Ik zal ook het jaartal verzwijgen, waarin dit is voorgevallen; het kon tot herinneringen aanleiding geven, die vermoedens verwekten, welke niemand voordeel konden doen, en mij of een ander schadelijk zijn. Na al de gebeurtenissen die Europa geschokt hebben, zijn en de betrekkingen en de verwijderingen zo menigvuldig en dermate ingewikkeld geworden, dat men zich niet genoeg wachten kan. In alle partijen heb ik goede en kwade trouw gemengeld, en de dolheid der geestdrift, met de koude berekening der staatkunde verenigd gevonden. Met geenen aanhang heb ik mij recht van harte kunnen verenigen, en geenen ooit willen vervolgen. Geen wonder derhalve, zo ik overal haat en vervolging voor dienst- en trouwbewijs, of voor betrachting van menselijkheid en rechtvaardigheid kwam te ontmoeten. Ik hield vast aan een grondbeginsel en handelde daar naar: Anderen namen grondbeginselen aan of verwisselden die, naar de oogmerken waarvoor zij handelden, meebrachten. Ik was dus niemand bruikbaar, en niemand mij. Ik stond alleen, en had geene soort, waar ik toebehoorde, op deze aardbol; wat wonder, zo ik wel eens aan een anderen dacht?

Veelvuldige verschijnselen, in onze dagen het eerst of meer bij herhaling waargenomen, overtuigden mij spoedig van de gebrekkigheid onzer Planeetstelsels. Na zo vele eeuwen berustens in zeven zonnewachters en eenen enkelen wachter van tweeden rang (die wij de maan noemen), waren er nu, niet slechts om Jupiter en Saturnus, om Mars en Venus, rondlopende wachters ontdekt of vermoed, maar een Uranus, een Ceres, een Pallas, vermeerderden de eerstgenoemde zeven, en dat plechtig getal waar men zo veel geheimzinnigs in stelde, lag in duigen, zo wel als de evenredigheid in de afstanden die men hun onderling of ten aanzien van hun gemeen middelpunt toeeigende. Daar konden er derhalve nog meer zijn, die met deze tien om de zon draaiden. Daar konden er meer zijn om de planeten-zelven. Wat tot heden niet ontdekt was, kon morgen zich den nasporer opdoen, en dit des te lichter, daar hetgeen tot dusverre nieuw ontdekt was geworden geen grond van vermoeden bij de waarnemers gehad had, en het tegenwoordig waarschijnlijk werd dat er meer te ontdekken viel. Ik verwachtte dus meer planeten te zien opdagen, en den hemel bevolken; ik verwachtte meer manen of wachters om hen.

Nu trokken de steenregens mijne aandacht. Men verstaat dat ik hier aan geen eigenlijk regenen van steenklompen denke, maar van brokken steen hier of daar uit de lucht gevallen, en zeker niet genoeg in menigte om den naam van regenen te verdienen. Men had die van ouden tijd af waargenomen. Een der zeven wijzen van het hooggeroemd Griekenland, Thales, had er uit besloten, dat de hemel uit stenen gewelfd was, en wel zonder kalk; en dat het zijn duurzame ommezwaai was, die hen in 't verband hield, waar uit deze enkele door een onbekend toeval losgeraakt waren. Een denkbeeld waarin lateren een zeer diepe Wis- en Natuurkunde gevonden hebben. Maar in onze dagen viel het meermalen voor, dat men stenen zag vallen, waar aan men geen oorsprong kon toeschrijven dan in of boven den dampkring, en die oorsprong werd een voorwerp van gissingen. Sommigen deden die stenen zonder bedenking uit de bergen der maan opwerpen; niet gedachtig dat, naar de vulkanen op onze bol te rekenen, deze opwerping met geene zodanige snelheid geschiedt als nodig zou zijn om ze buiten de kracht der aantrekking van den maanbol te brengen. Anderen deden haar door een Chymische werking in den dampkring-zelven voortbrengen, zich niet latende invallen, dat er altijd een te grote zwaarte in de vormstoffe moest zijn, om zich, zelfs een ogenblik maar, in de lucht op te houden. Van de genen, die het vallen van deze stenen of geheel ontkennen, of hen uit ver afgelegen of niet bestaande vulkanen op onzen aardgrond afleiddeden, spreek ik niet. Met de eersten toch moet men alle geloof aan getuigenissen, hoe plechtig ook, weigeren; en de laatsten zeggen niets, zo zij de vulkanen, waar toe zij verwijzen, en tevens de mogelijkheid van uit hunnen boezem tot in Frankrijk of Duitsland stenen uit te jagen, niet aantonen.

Wat mij betreft, aan de vorming van een stof zoveel specifiek zwaarder dan de vloeistof waarin zij gevormd wierd, als de stenen ten aanzien der lucht zijn, en die dan, niet in de vorming zelve neerzeeg om zich op den grond te volmaken, maar, geheel en volkomen gevormd, in eens, als hard lichaam neerplofte, kon ik geenerhande waarschijnlijkheid hechten. Ik helde dus ongevoeligerwijze tot de mening van die deze brokken uit de maan deden afdalen. De overeenkomst in het uiterlijk aanzien, van de maan met hetgeen onze aardkloot op dien afstand vertonen moest, en wat men meer als gronden voor de onderstelling eener eenvormigheid van grondstof tussen de planeten pleegt aan te voeren, gaf hier veel aannemelijks aan. Maar welke berekening ik in 't werk stelde, ik kon geene oorzaak van snelheid uitdenken, genoegzaam om de aantrekkingskracht die hen op de maan moest terugbrengen, te overwinnen. Deze bol was altijd te groot, en de afstand der aarde te verr', dan dat deze op zekere hoogte van de uitwerping, haar in de aantrekking dier brokken kon opwegen, hoeveel temeer, overhalen! Ik moest om dit mogelijk te stellen, beide den maanbol en den afstand ontzaglijk verminderen, en dus de zaak opgeven.

Maar sedert hoe lang is het, dat men om Saturnus de drie laatst ontdekte manen had waargenomen? Men is thans overtuigd dat hij er vijf heeft, Jupiter heeft er vier, die bekend zijn; en wie is zeker, dat of beide, of een van die, er niet meer hebben? Of waarom zou deze onze aarde niet meer dan een maan medevoeren, ofschoon slechts die ene door hare aanmerkelijke grootte en den juist geplaatsten afstand, ons zichtbaar is? Waarom zouden tussen haar en ons aardlichaam niet meer dan een, niet verscheidene wachters, om ons rondlopen, welke deels hunne kleinheid, deels hun te geringe afstand ons verborgen houdt? Zeker, te nabij geplaatst, kan zodanig lichaam bij onze nacht niet verlicht zijn; en bij dag moet het ons (alhoewel gewapend) gezicht ontglippen. Te klein en op zekeren afstand, moet het, ook bij onze nachten verlicht, ons niet merkbaar zijn, en zelfs bij zijn overgang over de zonneschijf, onze ogen geen herkenbaar stip aanbieden.

Volgende tekst
Volgende les
Taak Terug naar de test
bilderdijk-willem-kort-verhaal-van-eene-aanmerkelijke-luchtreis-nl
Diagram Verbergen