De type-instellingen konden niet worden vernieuwd. Laad de pagina opnieuw om het nog eens te proberen.
Typoefening: "Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen" Charles Boissevain
De regels voor het berekenen van de nauwkeurigheid zijn gewijzigd. Deze oefening begint opnieuw vanaf het begin.
Het opslaan van je voltooide sessie kon niet worden bevestigd. Probeer opnieuw op te slaan zonder de tekst opnieuw te typen.
Typoefening: "Leven en streven van L. R. Koolemans Beynen" Charles Boissevain
Ik zie hem nog voor mij, gelijk hij daar stond. Het woei hard, doch de zon scheen en verlichtte de Hollandse duinen. Geruime tijd keek hij naar het wegdeinend strand, en zijn edel, open, innemend gelaat, uit welks jeugdige trekken levenslust, moed, vastberadenheid en diep gevoel spraken, vertolkten als steeds wat er in zijn gemoed omging. Toen we de kust uit het oog hadden verloren, zeide hij: dat waren nu die Pernissers, van wie ik je zoveel verteld heb, en hij begon mij opnieuw, maar nu nog uitvoeriger dan te voren, alles mede te delen van den tocht naar de visgronden, dien hij pas met hen had meegemaakt.
De onversaagde, eenvoudige vissers waren in de winterdagen en nachten op de Noordzee zijn vrienden geworden, en het deed hem goed aan 't hart dat die moedige Hollandse zeelieden hem op hartelijke zeemanswijze het vaarwel toeriepen bij zijn vertrek uit het vaderland.
De reden hiervan zal ieder begrijpen die Beynen gekend heeft, of die, uit zijn eigen woorden en geschriften, in de volgende bladzijden iets zal vernemen van het leven en streven van dezen jongen zeeofficier. Want zijn hart klopte van de onzelfzuchtigste, reinste liefde voor zijn vaderland, en met geestdrift en volharding toonde hij steeds door daden en woorden, dat volgens zijn overtuiging ons Hollandse zeevolk de matrozen van De Ruyter en Heemskerck kon evenaren, indien men het slechts dezelfde oefenschool aanbood.
Geen beter bewijs voor de juistheid zijner overtuiging zou hij voortaan kunnen geven, zeide hij mij, dan door te wijzen op het voorbeeld dier beugvissers, die zeemanschap en bedaarden moed geleerd hadden op de stormachtige Noordzee in het hart van den winter.
Hij schreef aan mijn vrouw, toen hij van den tocht met de Pernissers was teruggekeerd:
Ik wist niet dat er op onze zeekust zulke edele, oorspronkelijke, stoutmoedige en godsdienstige helden leefden, en het heeft mij meer genoegen gedaan dan ik zeggen kan om met hen kennis te maken. Ze zijn in menig opzicht grote kinderen, doch ze hebben al de machtige hoedanigheden geërfd van onze moedige zeevaarders in de 17de eeuw, en wanneer ik nu nog denk aan de laatste veertien dagen, dan is het nog of ik een aangename droom heb gedroomd en of ik enigen tijd heb doorgebracht met een troep zeevolk dat onder den ouden Barents zelven gediend heeft. Wanneer we van en naar de visgronden zeilden, bracht ik de avonduren door in het vooronder, en vertelde ik hun van onze helden der IJszee, en geschiedenissen uit de jaarboeken der Hollandse walvisvaarders, toen deze eenvoudige schippers de eerste ontdekkers waren in het Noorden.
Dit waren heerlijke ogenblikken, wanneer ik vol ware zeemansgeestdrift was.
En mij schreef hij: Ik heb nooit een heerlijker uur doorleefd dan toen ik 's nachts op dek kwam van de Castor, na in het vooronder een voordracht te hebben gehouden over Barents en wat hij deed. Lieve vriend, ik heb weer enige Hollanders van den ouden stempel gevonden, die kunnen voelen en handelen, die, in elken zin van het woord, hart hebben.
Het had Beynen, gelijk hij schreef, aanvankelijk een droom geschenen, toen hij aan boord van de Castor was. Hij had juist zijn verslag van de reis der Barents geëindigd en daarin de daden der grote voorvaderen in herinnering gebracht, en ziet, daar was hij plotseling overgebracht te midden van mannen, die spraken en handelden alsof ze met Barents zelven naar het Noorden geweest waren.