huidige doel
(woorden per minuuttekens / min.)
0
WPM
niveau
het hoogst behaalde doel
0
WPM
statistieken van vandaag
voltooide oefeningen
0
getypte tekens getypte woorden
0
tijd van oefenen
0
15m
25m
45m
1h
algemene statistieken
voltooide oefeningen
0
getypte tekens getypte woorden
0
tijd van oefenen
0
*nauwkeurigheid ≥ 90%
accuraat
(< 90%)
woorden per minuut
(doel)

Typen oefening: "De Noordwestelijke Doorvaart" Roald Amundsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Volledige oefentekst

Typen oefening: "De Noordwestelijke Doorvaart" Roald Amundsen

sluit en begin met typen
Boven de ontdekkingsreizen, die de poollanden met hun eeuwig ijs tot doel hadden, spant zich niet alleen de reine glans, die afstraalt van de witte sneeuwvelden, maar ook de weerschijn van heilige geestdrift. Als men de expedities voor de vischvangst, waar het poolonderzoek overigens veel aan verplicht is, uitzondert, mag men gerust aannemen, dat zelfs de vurigste dweper den weg naar het poolland nooit heeft ingeslagen in de hoop, daar gouden bergen te vinden. De pooltochten zijn ondernomen in den dienst der wetenschap, en ondanks alle tegenspoed, waardoor velen ontmoedigd en onverrichterzake moesten terugkeren, zijn de stormlopen op dat onbekende telkens herhaald en tot het heden toe worden ze nog hernieuwd. Er worden bressen geslagen in den ijsmuur, zoodat de pool wereld haar geheimen te ontsluieren, en een grote overwinning behaalde Nordenskjold, toen hij de Noordoostelijke Doorvaart in 1878 volvoerde. Reeds een mensenleeftijd vroeger hadden John Franklin en de Franklin Expedities de zekerheid gebracht, dat zich langs de noordkust van het noord-amerikaanse vasteland een strook open water bevond; en allerlei andere bressen zijn door stoutmoedige poolvaarders geopend; grote offers zijn ervoor gebracht, ook en vooral voor de Noordwestelijke Doorvaart. Geen enkele tragedie van het poolijs heeft de menschen zo diep getroffen als die van John Franklin en de zijnen; maar geen enkele heeft ook zoo zeer tot hervatting van de poging aangespoord. Men wist het, er moest een zeeweg wezen noordwaarts om Amerika heen, maar men wist niet, of er schepen door konden en nog niemand was ooit van het Oosten naar het Westen erdoor gevaren. Die onopgeloste vraag liet de gemoederen niet met rust, en zij was nooit uit de gedachten van iemand, wiens geest sinds zijn kinderjaren vervuld was geweest van het grote drama der Franklin Expeditie. Zooals de Vega de hele reis van het Westen uit had gemaakt, zoo moest een schip van het Oosten uit den tocht langs Noord-Amerika geheel afleggen. Aan het kleine schip, de Gjoa, was het lot beschoren, die taak te mogen vervullen. Dat had de Gjoa niet gedroomd, toen ze op de Rosendal Werf te Hardanger als haringschuit werd gebouwd. Ofschoon er tusschen de fjorden veel wordt gedroomd! En ook de toekomstige kapitein zou het niet hebben durven vermoeden, toen de berichten over John Franklin zijn fantazie van acht- of negen jarigen knaap gevangen hielden. Ofschoon de knaap wel velerlei dromen kon! De 30ste Mei van het jaar 1889 werd een merkwaardige dag in het leven van veel noorsche jongens. In het mijne ten minste is hij onvergetelijk. Het was de dag, toen Frithiof Nansen van zijn Groenlandsche reis terugkeerde. Op dien zonnigen dag kwam de jonge noorsche skiloper den fjord van Christiania binnenglijden, door de geheele wereld bewonderd om de moedige daad, die hij had volbracht, de overmoedige, de onmogelijk geachte daad! Mei vierde haar mooiste lentefeest aan den fjord, de stad vierde mee feest, en het volk liet zich niet onbetuigd.... Ik liep op dien dag met een snel kloppend hart tusschen de vlaggen en het hoera geroep. Al mijn dromen uit de kindsheid waren opnieuw ontwaakt, en voor de eerste maal ging door mijn innerste wezen de fluistering: "Als gij nog eens de Noordwestelijke Doorvaart zoudt kunnen tot stand brengen!" Toen kwam het jaar 1893. En Nansen ging weer naar het Noorden. Het was mij te moede, als moest ik mee! Maar ik was nog te jong. Mijn moeder smeekte mij, thuis en bij mijn studie te blijven. En ik bleef. Toen stierf mijn moeder. Een tijdlang streed ik den zwaren strijd, of ik haar wensch mocht weerstreven; maar het moest; niets kon mijn drang naar het verre doel tegenhouden; ik liet de studie varen en besloot mij voor te bereiden op het werk van den poolvaarder. In het jaar 1894 voer ik op de oude Magdalene als lichtmatroos van Tonsberg uit op de zeehondenvangst in de IJszee. Dat was mijn eerste ontmoeting met het poolijs, en zij beviel mij best. De tijd verliep en ik maakte vorderingen. In de jaren 1897 tot 1899 voer ik als stuurman met de belgische antarctische expeditie onder leiding van Adrien de Gerlache naar de Zuidelijke IJszee. In dien tijd rijpte mijn plan, om den droom mijner kindsheid te verwezenlijken en aan de doorvaart om het Noord-westen te verbinden de studie van den tegenwoordigen toestand der magnetische Noordpool. Van invloedrijke en wetenschappelijke mannen kreeg ik inlichtingen en goeden raad, en eindelijk kwam ook de dag, dat ik mijn plan aan Frithiof Nansen mocht voorleggen. Nansen gaf zijn bijval, maar zelfs daarmee was nog niet alles bereikt, want voor een pooltocht is geld, veel geld noodig, en ik bezat niet veel. Dat, wat ik mijn eigendom kon noemen, was juist voldoende voor een schip en de wetenschappelijke instrumenten. En zo bleef mij niets anders over dan er op uit te gaan, om te trachten belangstelling te wekken voor de expeditie bij menschen, die konden helpen. Het was een gang door spitsroeden, en ik wou die niet graag nog eens overdoen! Maar de bemoedigende ervaringen waren het talrijkst; aan mijn drie broeders had ik veel steun. Mijn keus van een schip viel op een in Tromsö thuis behoorend jacht, de Gjoa, dat in 1872 gebouwd was, zooals ik zei, op de werf van Rosendal te Hardanger. De eigenaar was de schipper Asbjorn Sexe van Haugesund. Nadat het lang op de haringvangst was geweest, voor het in de IJszee en had meermalen zijn deugdelijkheid bewezen. In 1901, het jaar, waarin ik het schip kocht, liet ik het voor een zomertocht in de IJszee uitrusten, deed er een proeftocht mee en in Mei 1902 werden in Drontheim de nog noodige verbeteringen aangebracht in de werkplaats van Isidor Nielsen, waar er vrij wat smeedwerk aan werd verricht. Onze kleine motor, die bijzonder licht en praktisch was, 13 P. U., kon door transmissie met alles, wat gedreven kon worden, in verbinding worden gebracht. Hij werd ons aller lieveling. Als hij niet liep, was het, of een goed vriend afwezig was. Ik kan gerust zeggen, dat wij onze gelukkige vaart door de Noordwest Passage aan onze uitstekende kleine machine te danken hebben.
 
Uw browser ondersteunt HTML 5 Canvas niet.
volgende tekst
volgende les
Taak Terug om te testen
amundsen-roald-de-noordwestelijke-doorvaart-nl
advertentie
Beginnen met typen!
diagram verbergen